Organisatie

De organisatie van Kansen voor West is als volgt geregeld:

Managementautoriteit – Kansen voor West

Rotterdam is aangewezen als Managementautoriteit (MA) voor programma Kansen voor West 2 (KvW2) en Kansen voor West 3 (KvW3) en draagt als zodanig de eindverantwoordelijkheid over de inhoudelijke en financiële uitvoering van deze programma’s. In deze rol legt zij verantwoording af aan de Europese Commissie.
Daarnaast hebben alle acht partners een steunpunt ingericht. Het steunpunt is het eerste aanspreekpunt voor (potentiële) projectindieners. De acht partners zijn vertegenwoordigd in het Accounthouders Overleg, dat de dagelijkse voortgang van Kansen voor West regelt.
De vier grote steden hebben extra budget voor specifieke gebieden met achterstanden in de economische ontwikkeling. Hiervoor zijn vier zogeheten GTI’s (Geíntegreerde Territoriale Ontwikkelingsplannen) ingericht met voor elke stad een aantal geselecteerde gebieden en een eigen uitvoeringsplan. Deze plannen worden niet vanuit de MA uitgevoerd (met uitzondering van Rotterdam zelf), maar vanuit eigen programmabureaus van Kansen voor West binnen Utrecht, Den Haag en Amsterdam.

Comité van Toezicht

Het Comité van Toezicht ziet toe op de uitvoering van het programma: het evalueert onder meer de uitvoering en de financiële en inhoudelijke voortgang en brengt advies uit over eventuele wijzigingen van het programma.
Het Comité van Toezicht bestaat uit vertegenwoordigers van de vier Westelijke provincies, het Rijk, de Europese Commissie, kennisinstellingen, milieuorganisaties, het maatschappelijk middenveld, en werkgevers- en werknemersorganisaties. In het kader van transparantie is het Comité van Toezicht verplicht een beknopt verslag te publiceren van elke vergadering.

Deskundigencommissie

De onafhankelijke Deskundigencommissie geeft inhoudelijk advies over subsidieaanvragen uit het regionale deel van het programma. De Managementautoriteit toetst aanvragen op volledigheid en op passendheid binnen het programma, waarna de externe Deskundigencommissie de kwaliteit van aanvragen beoordeelt aan de hand van vijf landelijk vastgestelde criteria. De Deskundigencommissie geeft een zwaarwegend advies aan de Managementautoriteit op basis van de kwalitatieve rangschikking van de aanvragen. Een aanvraag moet minimaal 70 uit 100 punten halen voor een positief advies.

De leden van de Deskundigencommissie zijn geselecteerd op basis van hun expertise en beschikbaarheid. De Deskundigencommissie is ingesteld door de Management Autoriteit, waarvoor meer informatie te vinden is in het instellingsbesluit.